Jos. Bedaux

Jos. Bedaux was autodidact en leerde het vak vooral bij zijn vader, die aannemer was in Tilburg. Tijdens de crisis van de jaren dertig moet hij vroeg aan de slag en ontwerpt hij al in 1932 het klooster Ave Maria in Tilburg. De eerste jaren bouwt hij in een stijl die aan die van Alexander Kropholler doet denken. Voor het Brabants Studenten Gilde ontwierp Bedaux vanaf 1933 tot in de jaren 50 een groot aantal kapelletjes in diverse aan de Delftse School verwante traditionalistische stijlen. Daarin ontwikkelde hij een eigen romantisch traditionalisme. Goed voorbeeld daarvan is zijn eigen woning (1938). Na de oorlog haalt hij classicistische elementen in zijn architectuur, o.a. het gemeentehuis in Hilvarenbeek (1949) en het verzorgingscomplex St. Josefzorg in Tilburg (1954). In de jaren vijftig pakt hij een eigen modernistische stijl op, die gekenmerkt wordt door een tijdloze ingetogenheid. Hoogtepunt is het gebouw van de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg, tegenwoordig het hoofdgebouw van de Universiteit van Tilburg (1962). Ook de GGD (1967) en het kantongerecht (1968) in Tilburg zijn belangrijke bouwwerken. Bedaux bouwde ongeveer 500 werken in een grote diversiteit: kapellen, huizen, villa’s, kloosters en kerken, woningbouwcomplexen maar ook gebouwen voor onderwijs en gezondheidszorg. Het bureau van Jos. Bedaux werd voortgezet door zijn zoons Peer en George Bedaux en later Jacques de Brouwer onder de naam Bedaux De Brouwer Architecten. Inmiddels zijn de kleinzonen Pieter en Thomas de zonen opgevolgd. Bron: Wikipedia