Jan Wils

Jan Wils werd geboren in Alkmaar en studeerde later architectuur aan de Technische Hogeschool van Delft. Na zijn studie werkte hij twee jaar op het bureau van H.P. Berlage in Den Haag waar hij bekend werd met het werk van Frank Lloyd Wright. Zijn bewondering voor deze architect stak hij niet onder stoelen of banken, vandaar ook zijn bijnaam Frank Lloyd Wils. In 1916 begon Wils zijn eigen bureau in Voorburg. samenwerking Nadat hij in 1917 onder andere Theo van Doesburg ontmoette raakte Wils nauw betrokken bij de groep rond het tijdschrift De Stijl, dat in datzelfde jaar werd opgericht. Wils en Van Doesburg werkten samen aan een aantal projecten, waaronder de verbouwing van het inmiddels afgebroken restaurant De Dubbele Sleutel (1918) in Woerden. In 1919 konden de twee architecten het niet meer zo goed met elkaar vinden en ging Wils weg bij De Stijl. Hij werkte nog wel samen met kunstenaars die aan het tijdschrift verbonden waren, zoals Piet Zwart. Met hem ontwierp hij woningcomplex Papaverhof in Den Haag (1919-1922). Geïnspireerd door deze opdracht ging Wils zich steeds meer verdiepen in de problemen rond stedelijke woningbouwprojecten. Hij ging bij zijn oplossingen en ontwerpen voor deze projecten uit van Amerikaanse voorbeelden. andere werken Naast woningbouw hield hij zich ook bezig met het probleem van sportcomplexen in de stad. Zijn theorieën hierover kon hij in de praktijk toepassen bij zijn bekendste ontwerp, het Olympisch Stadion in Amsterdam (1926-1928). Samen met Cornelis van Eesteren werkte hij aan dit gigantische project. Andere bekende en kenmerkende werken van Wils zijn De Citroën-garage (1929-1931) en de City-bioscoop (1935-1936) in Amsterdam, kantoorgebouw De Onderlinge in Den Haag (1935) en het Bouwes hotel in Zandvoort (1964). Wils had een heel eigen stijl, die naast de architectuur van Frank Lloyd Wright en De Stijl geïnspireerd werd door de Amsterdamse School. Zijn gebouwen zijn strak van vorm door de nadruk op horizontale en verticale lijnen, maar tegelijkertijd levendig en organisch. bron: archipedia